Susanne Keetman

,,We zijn met Martin in contact gekomen via stichting de Opkikker, die ernstig zieke kinderen een leuke dag bezorgt. Binnen enkele weken nadat we gehoord hadden dat Sem ziek was kwamen ze bij ons langs om te inventariseren wat we leuk vonden om te doen. Sem was al sinds zijn geboorte gek op dieren, en met name roofvogels. Toen Sem op zijn Opkikkerdag met de vogels van Martin mocht vliegen gebeurde er iets heel bijzonders. Hij reageerde heel goed op de vogels en vogels op hem. Er was ook meteen een klik met Martin. Voordat we weer verder gingen met de Opkikkerdag zei Martin al dat Sem altijd langs mocht komen om te vliegen met de vogels. En dat deden we. Sem knapte iedere keer weer op van de vogels. Er waren dagen bij dat hij heel moeilijk kon praten en erg in zichzelf gekeerd zat. De momenten dat hij bij Martin langs mocht komen waren lichtpuntjes voor hem.

Op een gegeven moment kon Sem door zijn hersentumor niks meer. Hij kon niet meer lopen, niet meer voetballen of met vriendjes spelen, maar met de vogels spelen kon hij blijven doen. De vogels wilden ook altijd bij hem zijn. Als Martin in het park aan het vliegen was, en we kwamen aan met de rolstoel, dan kwamen de dieren zonder dat Sem hen riep bij hem zitten. Met moeite gingen ze weer terug naar Martin, om daarna weer heel snel naar Sem te gaan. Sem kon ook heerlijk tegen de vogels aan knuffelen, ze vonden alles goed. Zodra de buizerd Nelson bij Sem kwam, aaide hij met een vleugel over zijn hoofd. Martin zei: ‘Zoiets heb ik nog nooit gezien!’ Sems grootste favoriet was de slechtvalk, die had Martin niet, maar hij bouwde wel een band op met Silver de kerkuil en Nelson. Deze vogels reageerden allebei heel sterk op Sem. Zodra we bij Martin waren geweest wilde Sem maar één ding: weer terug. Martin en Sem snapten elkaar zonder woorden. Sem had best moeite met sommige mensen, het kostte hem bijvoorbeeld veel energie om te praten. Met Martin ging het altijd goed, dan was Sem zichzelf, hij was blij en grapjes aan het maken. Ik keek er graag naar van een afstandje. Martin is heel vaak bij ons thuis geweest, met en zonder vogels. Vaak vlogen ze ook binnen. Wij zaten 24 uur per dag bij Sem. Als Martin er was, had ik het gevoel dat ik hen wel even kon achterlaten. Sem voelde zich veilig en gelukkig. Op de begrafenis had Martin een Lannervalk meegenomen. Die stond naast de kist. Mensen dachten zelfs dat het een opgezette vogel was. Martin had deze vogel speciaal voor Sem mee genomen. Tijdens de dienst heeft hij met Silver in de kerk gevlogen. De kerk zat stampvol. Het was een magisch moment, want Silver bleef maar vliegen. Het was zo'n mooi gezicht en zo speciaal. Er speelde een liedje, 'Fly Away'. Toen Sem nog leefde moest ik hem na verloop van tijd helpen met het vasthouden van de vogels, omdat hij zijn hand niet meer kon gebruiken. Ik vond het best spannend, maar al heel snel nam ik Sem zijn passie over. Nu vlieg ik nog steeds iedere week met Martin. Als ik ga vliegen, is het net alsof ik Sem weer dichterbij breng. En als we ergens zijn, dan vliegt er soms een buizerd boven ons hoofd."


Vorige pagina: Ambassadeurs
Volgende pagina: Toinny Lukken